Herinnering 1(26-08-17)

 

Ik mocht 26 augustus op het orgel in Arnhem spelen. Of ik alles (met eerbied) gespeeld heb dat durf ik niet te zeggen, maar ik had Psalm 25 vers 3 en Psalm 42 vers 1 en 2 gespeeld, wel meer, maar van die Psalmen kreeg ik wat te horen, nu, ik kwam om kwart voor één beneden, toen stonden daar, een vrouw, en een man op mij te wachten. Ze liepen op me, af en toen zei die vrouw, mij krijg je niet zo ontroerd maar toen je Psalm 42 vers 1(Datheen) speelde, Als een hert gejaagd, o HEERE, speelde, toen werd ik zo ontroerd, ik zei dat is fijn, dat er nog mensen ontroerd worden! Ik dacht toen ik weer naar de trein liep, niet alleen het 1e maar ook het tweede vers mocht jullie en ook mij, waarlijk ontroerd maken, och dat gun ik hen, alle mensen maar ook voor mezelf dat die tekst(mijn tranen ende mijn klachten) ons mocht reinigen van onze vuile hemelhoge schuld, ik en u zijn het niet maar waardig geworden om Zijn kind, en erfgenaam te mogen worden, mocht de HEERE, dus niet u zelf, maar Hij ons tot geloof brengen, dat zal een eeuwig wonder heten. Als Hij niet tot mij en u gesproken heeft, komen wij eeuwig om, buig uw knieen, voor het eeuwig, ja, voor altijd te laat is voor ons allen! Mocht de psalmen die wij nog mogen zingen, ons waarlijk bedroefd maken, niks meer dan een beesd, voor Hem, te mogen wezen dan alleen word een mens waarlijk gelukkig! Hiermee eindig ik, mijn opa zij altijd, dat staat ook op zijn grafsteen, later is te laat, voor eeuwig!